1 Samuel 16: 8-13

David tot koning gezalfd
8 Toen riep Isaï Abinadab en hij deed hem voorbij Samuel gaan, maar hij zei: De HEERE heeft ook deze niet uitgekozen.
9 Daarna liet Isaï Samma voorbijgaan, maar hij zei: De HEERE heeft ook deze niet uitgekozen.
10 Zo liet Isaï zijn zeven zonen voorbij Samuel gaan, maar Samuel zei tegen Isaï: De HEERE heeft dezen niet uitgekozen.
11 Toen zei Samuel tegen Isaï: Zijn dit al de jongens? En hij zei: De jongste is nog achtergebleven; zie, hij weidt de schapen. Samuel zei tegen Isaï: Stuur een bode en laat hem halen, want wij zullen niet rond de tafel gaan zitten, totdat hij hier gekomen is.
12 Toen stuurde hij een bode en bracht hem. Hij was rossig, had mooie ogen en was knap om te zien. De HEERE zei: Sta op, zalf hem, want deze is het.
13 Toen nam Samuel de oliehoorn en zalfde hem te midden van zijn broers. En de Geest van de HEERE werd vaardig over David vanaf die dag en voortaan.

Blijkbaar kan vader Isaï zich niet voorstellen dat God zijn jongste zoon David zal kiezen om koning van Israël te zijn. Alle zonen van Isaï zijn erbij nu Samuel bij hen is gekomen, alleen David is nog bij de schapen. Blijkbaar hebben ze er niet aan gedacht dat David ook bij de familie hoort. Hij is de jongste, onbelangrijk! Maar de Heere denkt er anders over. Juist David wordt gezalfd. Hij is de toekomstige koning van Israël. De Heere leidt hem door Zijn Geest.

Ben je nog jong en denk je misschien dat niemand je nodig heeft? De Heere ziet je wel. Hij kent je. De kans dat je koning wordt, is heel erg klein, maar als je in de Heere Jezus gelooft, ben je een kind van God. Dan zal de Heere je ook leiden en geeft Hij je een taak die bij je past.