De Bijbel voor jou: Dromen maken gelukkig?

Jozef kreeg de gave om dromen uit te leggen, maar die gave bezorgde hem veel ellende voor ze tot iets moois leidde.

Genesis 37:2-11 en 19-28 – Jozef verkocht naar Egypte
2 Dit zijn de afstammelingen van Jakob. Jozef, zeventien jaar oud, hoedde gewoonlijk het kleinvee met zijn broers – hij was een jonge man – met de zonen van Bilha en met de zonen van Zilpa, de vrouwen van zijn vader. En Jozef bracht het kwade gerucht over hen aan zijn vader over.
3 Israël had Jozef meer lief dan al zijn andere zonen, want hij was voor hem een zoon van zijn ouderdom. Ook liet hij een veelkleurig gewaad voor hem maken.
4 Toen zijn broers zagen dat hun vader hem meer liefhad dan al zijn broers, haatten zij hem en konden niet vriendelijk meer tot hem spreken.
5 Ook had Jozef een droom, die hij aan zijn broers vertelde; daarom haatten zij hem nog meer.
6 Hij zei tegen hen: Luister toch naar deze droom die ik gehad heb.
7 Zie, wij waren midden op de akker schoven aan het binden; en zie, mijn schoof stond op en bleef ook overeind staan. En zie, jullie schoven kwamen om hem heen staan en bogen zich voor mijn schoof neer.
8 Toen zeiden zijn broers tegen hem: Wil je dan soms over ons regeren? Wil je dan soms over ons heersen? Daarom haatten zij hem nog meer, vanwege zijn dromen en vanwege zijn woorden.
9 Hij kreeg nog een andere droom, en vertelde ook die aan zijn broers. Hij zei: Zie, ik heb weer een droom gehad; en zie, de zon, de maan en elf sterren bogen zich voor mij neer.
10 Toen hij dit aan zijn vader en zijn broers vertelde, bestrafte zijn vader hem en zei tegen hem: Wat is dat voor een droom die je gehad hebt? Moeten wij, namelijk ik, je moeder en je broers, soms naar je toe komen om ons voor jou ter aarde neer te buigen?
11 Zijn broers waren jaloers op hem, maar zijn vader hield de zaak in gedachten.

19 Zij zeiden tegen elkaar: Zie, daar komt die meesterdromer aan.
20 Nu dan, kom, laten we hem doodslaan en hem in een van deze putten gooien, en wij zullen zeggen: Een wild dier heeft hem opgegeten. Dan zullen we eens zien wat er van zijn dromen terechtkomt.
21 Ruben hoorde dat en wilde hem uit hun hand redden. Hij zei: Laten wij hem niet om het leven brengen.
22 Ruben zei ook tegen hen: Vergiet geen bloed; gooi hem in deze put die in de woestijn is, en sla niet de hand aan hem. Hij zei dit om hem uit hun hand te redden en hem naar zijn vader terug te brengen.
23 En het gebeurde, toen Jozef bij zijn broers was gekomen, dat zij Jozef zijn gewaad uittrokken, het veelkleurige gewaad dat hij droeg,
24 en zij namen hem en gooiden hem in de put. De put nu was leeg, er stond geen water in.
25 Vervolgens gingen zij zitten om de maaltijd te gebruiken. Toen ze hun ogen opsloegen, zagen zij, zie, een karavaan van Ismaëlieten uit Gilead aankomen. En hun kamelen droegen specerijen, balsem en mirre, en zij waren op weg om dat naar Egypte te brengen.
26 Toen zei Juda tegen zijn broers: Wat hebben wij er voor baat bij, als wij onze broer doden en zijn bloed verbergen?
27 Kom, laten wij hem aan de Ismaëlieten verkopen; laten wij niet onze hand aan hem slaan. Hij is immers onze broer, ons eigen vlees. Zijn broers luisterden naar hem.
28 Toen er Midianitische kooplieden voorbijkwamen, trokken en tilden zij Jozef uit de put en verkochten zij Jozef voor twintig zilverstukken aan de Ismaëlieten. Die brachten Jozef naar Egypte.

Als we denken aan gaven en talenten, denken we meestal aan iets goeds. Bepaalde talenten maken din­ gen gemakkelijker, en met sommige gaven kun je ontzet­ tend blij zijn. Soms maken gaven je leven juist lastiger. Misschien begrijpen mensen je niet goed of vinden ze je vreemd vanwege jouw talent. Of je gave maakt anderen jaloers, waardoor ze je onaardig behandelen.
Jozef had de gave om te dromen en dromen uit te leg­ gen, maar dat bracht hem weinig goeds. Zijn broers wer­ den jaloers (onder andere op zijn gave) en verkochten hem als slaaf. Jozef bracht jaren in de gevangenis door, voor hij een nieuwe kans kreeg met de schenker en de bakker. Die waren wel blij met zijn uitleg, maar vergaten hem daarna weer. Pas jaren later mocht Jozef de dro­ men van de farao uitleggen en werd hij in ere hersteld.
Misschien herken je dat: je bent ergens heel goed in, maar het bezorgt je ook ellende. Blijf volhouden en raak niet ontmoedigd, uiteindelijk heeft God een doel met jouw talenten.

Toepassing

God kan jouw gaven op een bijzondere manier gebruiken voor iets goeds.