De Bijbel voor jou: Onverwachte tegenslag

Ook met helden gaat het niet altijd goed.Vandaag lezen we over tegenslag in het werk van Gideon.

Richteren 8:1-9
Gideon achtervolgt de vijand

1 Toen zeiden de mannen van Efraïm tegen hem: Wat is dit wat u ons hebt aangedaan, dat u ons niet hebt geroepen toen u tegen Midian ging strijden? En zij kregen grote onenigheid met hem.
2 Hij daarentegen zei tegen hen: Wat heb ik nu gedaan vergeleken met u? Is de nalezing van Efraïm niet beter dan de wijnoogst van Abiëzer?
3 God heeft de vorsten van Midian, Oreb en Zeëb, in uw hand gegeven. Wat heb ik dan kunnen doen vergeleken met u? Toen hij dit gezegd had, bedaarde hun woede tegen hem.
4 Toen Gideon bij de Jordaan gekomen was, stak hij over, samen met de driehonderd mannen die bij hem waren. En hoewel moe, bleven zij achtervolgen.
5 En hij zei tegen de mensen van Sukkoth: Geef toch enkele ronde broden aan het volk dat mijn voetstappen volgt, want zij zijn moe, en ik achtervolg Zebah en Zalmuna, de koningen van Midian.
6 Maar de vorsten van Sukkoth zeiden: Hebt u Zebah en Zalmuna dan al in handen, dat wij uw leger brood zouden geven?
7 Toen zei Gideon: Daarom zal ik, wanneer de HEERE Zebah en Zalmuna in mijn hand geeft, uw lichamen dorsen met woestijndorens en met distels.
8 En vandaar trok hij op naar Pnuel en sprak tot hen op dezelfde manier. Maar de mensen van Pnuel antwoordden hem, zoals de mensen van Sukkoth geantwoord hadden.
9 Daarom zei hij ook tegen de mensen van Pnuel: Als ik in vrede terugkom, zal ik deze toren afbreken.

Toen we begonnen met onze bestudering van het leven van Gideon zei ik al dat we niet alleen het geloof en de heldendaden zouden zien, maar ook de donkere tijden uit zijn leven. Vandaag zien we daar een eerste stuk van.
Nog maar net heeft Gideon een belangrijke slag geleverd, of er komt al tegenslag. De stam van Efraïm maakt ruzie met Gideon, want zij hadden ook mee willen doen in de overwinning. En Gideon zelf wordt ook ontzettend boos op de inwoners van Sukkoth.
Wat is hier toch aan de hand? In hoofdstuk 7 stond de Heere God zo ontzettend centraal in het leven van Gideon. En in hoofdstuk 8 lijkt het er gelijk op dat het vooral gedoe tussen mensen is.
Ik leer hiervan dat we steeds weer helder moeten hebben dat het de Heere is, Die kracht geeft. Daarom moeten we dicht bij Hem leven. Dan wijst God ons namelijk de goede weg.

Toepassing

Ga met elkaar in gesprek over de vraag hoe je dicht bij de Heere kunt leven.