De Bijbel voor jou: Het goede voorbeeld

Kun jij je voorstellen dat jouw dominee op een zondag de preekstoel afkomt en mensen naar voren roept zodat hij hun voeten kan wassen? Ik heb het een keer gezien. Indrukwekkend.

Johannes 13:1-17
De paasmaaltijd en de voetwassing

1 En vóór het feest van het Pascha, toen Jezus wist dat Zijn uur gekomen was dat Hij uit deze wereld zou overgaan naar de Vader, heeft Hij de Zijnen, die in de wereld waren en die Hij liefgehad had, liefgehad tot het einde.
2 Toen dan de maaltijd plaatsvond en de duivel Judas Iskariot, de zoon van Simon, al in het hart gegeven had Hem te verraden,
3 stond Jezus, Die wist dat de Vader Hem alle dingen in handen gegeven had en dat Hij van God uitgegaan was en tot God heen ging,
4 op van de maaltijd, legde Zijn kleren af, nam een linnen doek en deed die om Zijn middel.
5 Daarna goot Hij water in de waskom en begon de voeten van de discipelen te wassen en af te drogen met de linnen doek die Hij om Zijn middel had.
6 Zo kwam Hij bij Simon Petrus en die zei tegen Hem: Heere, wilt Ú mij de voeten wassen?
7 Jezus antwoordde en zei tegen hem: Wat Ik doe, weet u nu niet, maar u zult het later inzien.
8 Petrus zei tegen Hem: U zult mijn voeten in der eeuwigheid niet wassen! Jezus antwoordde hem: Als Ik u niet was, hebt u geen deel met Mij.
9 Simon Petrus zei tegen Hem: Heere, niet alleen mijn voeten, maar ook mijn handen en mijn hoofd.
10 Jezus zei tegen hem: Wie gebaad heeft, heeft slechts nodig dat zijn voeten worden gewassen, want hij is al geheel rein. En u bent rein, maar niet allen.
11 Want Hij wist wie Hem verraden zou; daarom zei Hij: U bent niet allen rein.
12 Toen Hij dan hun voeten gewassen had en Zijn kleren weer had aangedaan, ging Hij weer aanliggen en zei tegen hen: Ziet u in wat Ik aan u gedaan heb?
13 U noemt Mij Meester en Heere, en u zegt het terecht, want Ik ben het.
14 Als Ik dan, de Heere en de Meester, uw voeten gewassen heb, moet ook u elkaars voeten wassen.
15 Want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook u zult doen zoals Ik voor u heb gedaan.
16 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Een dienaar is niet meer dan zijn heer, en een gezant niet meer dan hij die hem gezonden heeft.
17 Als u deze dingen weet, zalig bent u als u ze doet.

Waarom was het zo indrukwekkend voor mij? Ik dacht: Zo’n vies werkje hoeft de dominee toch niet te doen? Maar hij deed het toch. Zo was het ook met Jezus. Zijn volgelingen hadden respect voor Hem. Ze hadden Hem horen preken en wonderen zien doen. Niemand was als Jezus. En nu knielde Hij en waste Hij zorgvuldig hun voeten. Hun Meester, Die zúlk slavenwerk deed? Dat was toch ongehoord?
Jezus is het met hen eens: Ja, ik ben jullie Heer en Meester. Niemand is méér belangrijk dan Ik en tóch doe Ik het werk van een slaaf. Als jullie échte volgelingen zijn, doen jullie hetzelfde. Ik stuur jullie de wereld in. Nu verwacht Ik dat jullie Mijn voorbeeld navolgen. Wees dus nederig en pak juist de dingen op die je liever door iemand anders zou laten doen. Denk nooit dat jij te belangrijk bent om onpopulaire dingen te doen. Alleen dan zullen de mensen Mij in jullie herkennen. En bovendien: als je dit doet, zul je gelukkig zijn.

Toepassing

Doe vandaag of morgen iets goeds dat misschien niet zo populair is. Bijvoorbeeld afval opruimen of met een zwerver praten.