De Bijbel voor jou: Nooit meer dorst

Het is midden op de dag. De lucht trilt van de hitte. Ze zijn moe van het lopen sinds de vroege morgen. Dorstig zijn ze ook, Jezus en Zijn leerlingen.

Johannes 4:5-14
De Samaritaanse vrouw

5 Hij kwam dan bij een stad in Samaria, Sichar genoemd, dicht bij het stuk grond dat Jakob zijn zoon Jozef gegeven had.
6 En daar was de bron van Jakob. Jezus nu ging, vermoeid van de reis, bij de bron zitten. Het was ongeveer het zesde uur.
7 Er kwam een vrouw uit Samaria om water te putten. Jezus zei tegen haar: Geef Mij te drinken.
8 Want Zijn discipelen waren weggegaan naar de stad om voedsel te kopen.
9 De Samaritaanse vrouw dan zei tegen Hem: Hoe vraagt U, Die een Jood bent, van mij te drinken, die een Samaritaanse vrouw ben? Want Joden hebben geen omgang met Samaritanen.
10 Jezus antwoordde en zei tegen haar: Als u de gave van God kende, en wist Wie Hij is Die tegen u zegt: Geef Mij te drinken, u zou het Hem hebben gevraagd en Hij zou u levend water gegeven hebben.
11 De vrouw zei tegen Hem: Heere, U hebt geen emmer en de put is diep; waar hebt U dan het levende water vandaan?
12 Bent U soms meer dan onze vader Jakob, die ons de put gegeven heeft en zelf daaruit gedronken heeft, evenals zijn kinderen en zijn kudden?
13 Jezus antwoordde en zei tegen haar: Ieder die van dit water drinkt, zal weer dorst krijgen,
14 maar wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven, zal in eeuwigheid geen dorst meer krijgen. Maar het water dat Ik hem zal geven, zal in hem een bron worden van water dat opwelt tot in het eeuwige leven.

Als het zo heet is en je hebt dorst, dan is het heerlijk om fris water te drinken. Daar kikker je echt van op. Geen wonder dat de Heere Jezus dus vraagt om drinken. Maar deze vrouw vindt het wel wonderlijk. Want een Joodse man hoort helemaal niets te vragen aan Samaritaanse vrouwen. Als de vrouw heeft gereageerd, verrast Jezus haar door de zaken om te draaien: niet Ik moet u om drinken vragen, maar u zou Mij om drinken moeten vragen. Jezus biedt de vrouw levend water aan. Daarmee bedoelde men toen vaak lekker fris water. Daarvoor kwam de vrouw ook bij de put. Maar hoe kan die Joodse man ooit water uit de put halen? Waar zijn Zijn emmers? Jezus legt het daarom verder uit. En dat is mooi, want dan kunnen wij het ook begrijpen. Het levende water van Jezus is geen drinkwater uit een put, maar een beeld voor de Heilige Geest. Je hart smacht naar je hemelse Vader. Als de Heilige Geest in je komt wonen, dan heeft je hart nooit meer dorst.

Toepassing

Is jouw hart dorstig, onrustig? Of ken je rust met God?