Psalm 145: 1-7

Mijn God en Koning
1 Een lofzang van David.
Mijn God en Koning, ik zal U roemen
en Uw Naam loven, voor eeuwig en altijd.
2 Iedere dag zal ik U loven
en Uw Naam prijzen, voor eeuwig en altijd.
3 De HEERE is groot en zeer te prijzen,
Zijn grootheid is niet te doorgronden.
4 Generatie op generatie zal Uw werken roemen,
zij zullen Uw machtige daden verkondigen.
5 Ik zal spreken van de heerlijke glorie van Uw majesteit,
en van Uw wonderlijke daden.
6 Zij zullen de kracht van Uw ontzagwekkende daden in herinnering roepen;
Uw grootheid, die zal ik vertellen.
7 Zij zullen de mond doen overvloeien van de gedachtenis aan Uw grote goedheid,
en vrolijk zingen van Uw gerechtigheid:

David spreekt de Heere aan met “mijn God” en “mijn Koning”. Ben je fan van een voetbalclub? Dan spreek je misschien ook zo: “Feyenoord is mijn club!” Maar dit gaat oneindig veel dieper. Want je favoriete elftal kan je op lange termijn niet gelukkig maken. De euforie duurt altijd maar even. Maar als je weet dat de Heere jouw God is en jouw Koning, dan heb je alle reden om blij te zijn. Omdat je dan zelf een eeuwige toekomst hebt! Als je de Heere looft gebeuren er verschillende dingen:
* je geeft Hem de eer die Hem toekomt
* je wordt er zelf blij van
* het werkt aanstekelijk op anderen
David roemt Gods grootheid, en denkt daarbij aan Zijn werken en Zijn daden. Daarbij kun je denken aan de schepping, alles wat de Heere gemaakt heeft. Hoe groots is dat! Maar David heeft ook persoonlijk genoeg meegemaakt van Gods daden. Het feit alleen al dat hij als onbelangrijke herdersjongen, de jongste uit het gezin die niet in tel was, tot koning werd gezalfd! Bedenk eens wat God heeft gedaan in jouw leven…. Als je het niet ziet, kun je de Heere vragen of Hij je ogen daarvoor wil openen.