Zijn’ is de zee; z’ is door Zijn kracht
Met al het droge voortgebracht;
’t Moet alles naar Zijn wetten horen.
Komt, buigen w’ ons dan biddend neer;
Komt, laat ons knielen voor den HEER,
Die ons gemaakt heeft en verkoren.
Want Hij is onze God, en wij
Zijn ’t volk van Zijne heerschappij,
De schapen, die Zijn hand wil weiden;
Zo gij Zijn stem dan heden hoort,
Gelooft Zijn heil- en troostrijk woord;
Verhardt u niet, maar laat u leiden.