1 De dag van vertroosting komt haastig nabij.
De God van verlossing blijkt heerlijk gastvrij.
Hij nodigt ons, mensen, te komen met spoed,
want ons wachten liefde, geloof, hoop en moed.
2 De tijd van ellende gaat spoedig voorbij,
het lot zal Hij wenden en keren het tij.
Hij nodigt ons, mensen, tot zijn heerlijkheid:
rechtvaardige vrede en raad op zijn tijd.
3 De vorst van de vrede, gebaard in een grot
zal harten bevrijdend verbinden met God.
De weg van genade voert ons tot Gods troon.
Wij juichen en zingen tot eer van Gods Zoon.