Psalm 51:16-17

David, de psalmdichter, had bloedschulden:
hij had de dood van een onschuldige man op zijn geweten.
Daarom bad hij tot God om vergeving en redding.
Ik kan denken dat mijn zonden niet zo erg zijn,
maar het bloed van de Heere Jezus kleeft ook aan mijn handen!
Mijn ijdelheid en trots,
mijn eerzucht en egoïsme nagelden Hem aan het kruis.
Hij heeft mijn straf gedragen
en ik zing met David:

Red mij van bloedschulden, o God, God van mijn heil,
dan zal mijn tong vrolijk zingen van Uw gerechtigheid.
Heere, open mijn lippen;
dan zal mijn mond Uw lof verkondigen.